MENU

Where the world comes to study the Bible

Hij sloeg zijn tent op onder ons

Related Media

translated by Michael Luyckx.

Toen agenten van de antidrug cel onlangs een appartement in een aftandse New Yorkse buurt binnenvielen, kwamen ze in het midden van een scène uit “Beggar’s Opera” door John Gay terecht. Elke vierkante meter van het langgerekte, ongure verblijf was bezaaid met menselijke armoedzaaiers die op de vloer sliepen of in een hoekje hurkten. In de schemer zagen ze aan het plafond de papieren versieringen die dateerden van toen het verblijf nog een danszaal was. Nadat ze de aanwezigen fouilleerden, arresteerden ze zes mensen die allen naalden en pakjes met heroïne bezaten. Ze arresteerden ook de eigenaar en gastheer, een zachtaardige, groezelige man, en beschuldigden hem ervan onderdak te bieden aan drugsverslaafden.

Op het politiekantoor beweerde de man dat hij wel de nodige financiële middelen bezat, maar dat hij verkoos tussen de daklozen te leven om hen van voedsel, onderdak en kleding te voorzien. Zijn deur, zo beweerde hij, stond altijd open voor allen, ook voor een kleine minderheid drugsverslaafden. Hij besefte niet dat het onwettelijk was mensen met een drug probleem te voeden en te kleden. Toen de politie zijn verhaal natrok, kwamen ze tot de ontdekking dat de man geen bedelaar of drugverslaafde was, maar John Sargent Cram. Een multimiljonair, met een diploma van Princeton en Oxford, wiens familie reeds lang bekend stond voor hun filantropische ideeëngoed.1

Hetzelfde vinden we terug met God in Jezus Christus. Rijk boven alle aardse maatstaven, verliet Hij zijn verblijf en maakte Hij zijn thuis onder de daklozen, wanhopigen en verworpenen van deze wereld. Hij verliet zijn paleis van goud om door modderige straten te wandelen…. En Hij deed dit om ons te redden (Gal 1:4). Hij verliet een drugvrije wereld om met pillen verdelers en drugdealers te leven, vastberaden om hen te voeden, kleden en verlossen. Zoals Johannes zei, Jezus sloeg zijn tent op onder ons en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid. (Joh 1:14).

Heb je ooit ernstig nagedacht en gebeden over de idee van de incarnatie, meer in het bijzonder, het feit dat God op een of ander wijze menselijke zwakte en gedaante aannam om onder ons met onreine handen en bedorven hart te leven? Het is net zo mysterieus als wonderbaarlijk dat God Hemzelf deze planeet bezoekt en onder ons Zijn tent opslaat, te midden van Farizeeërs, belastinginners, prostituees, en de armen en behoeftigen. De idee van de incarnatie is als een adembenemende zonsondergang, met paars, oranje en blauw, volkomen mysterieus en boven alle begrip verheven.

Vandaag, wanneer je door de gewone dingen des levens gaat, zou ik je willen vragen over Jezus Christus na te denken. Vooral over de kost die Hij betaalde om onder ons als Godmens te leven. Stel jezelf de volgende vragen: (1) Zou jij dit offer gebracht hebben? (2) Wat zijn de gevolgen van de waarheid dat de eeuwige Zoon van God zich voor altijd met menselijkheid omkleedt? Heb je dit ooit beseft? De tweede persoon van de drievuldigheid zal altijd onder ons zijn als de geïncarneerde Zoon van God. Hij zal nooit Zijn verheerlijkte lichaam opgeven. (3) Wat betekent de incarnatie voor Gods verlangen voor gemeenschap met ons? (4) In welke zin was Jezus’ eerste komst een revelatie over wie God is, maar tegelijkertijd ook een sluier? (5) Wat leert de incarnatie ons over Gods standpunt over de creatie? (6) Hoe kan je God devoot aanbidden in het licht van onze kennis over de incarnatie?


1 Charles R. Swindoll, ed. The Tale of the Tardy Oxcart and 1,501 Other Stories (Nashville: Word, 1998), 111.

Related Topics: Devotionals